Hamster Informatie.
Beschrijving:
De hamster is een vrij groot knaagdier met een korte staart.
Hij wordt 200 tot 340 millimeter groot, met een staartje van 28
tot 60 millimeter, en een gewicht van 150 tot 460 gram. De
bovenzijde van zijn vacht is gelig bruin, met witte tot gelige
vlekken op snuit, schouders en wangen. De onderzijde is zwart.
Dit is vrij bijzonder, aangezien bij de meeste zoogdieren de
buik lichter is dan de rug. Melanisme
komt voor. Hij heeft grote, behaarde oren.
Verspreiding:
De hamster is van oorsprong een Oost-Europese
steppebewoner,
maar met de opkomst van de landbouw verbreidde zijn
leefgebied zich meer naar het westen uit. Hij komt voor van
Zuidwest-Rusland via
de Donauvallei en
de Pannonische
vlakte door Duitsland
tot Zuid-Limburg,
Oost-België
en Noordoost-Frankrijk.
Hij komt niet voor in berggebieden, aangezien hij een losse
ondergrond nodig heeft om gangen in te graven.
In Nederland komt de soort enkel voor in Zuid-Limburg,
maar de soort werd daar bedreigd. Stichting Das en
Boom en Diergaarde
Blijdorp hebben samen de laatste korenwolven opgevangen
en zijn met deze dieren een fokprogramma gestart. In 2005 is
Das en Boom met het fokken gestopt en zijn de dieren
verhuisd naar het Gaiapark in
Kerkrade. Hamsters die in Nederland in het wild worden
gezien, zijn zeer waarschijnlijk nakomelingen van hamsters
uit dit fokprogramma.
In België (in het zuiden van de provincies Vlaams-Brabant en
Limburg) stond de hamster ook op uitsterven en daarom heeft het
Agentschap
voor Natuur en Bos (ANB) van de Vlaamse overheid in 2007
en 2008 hamsters uit het Nederlands kweekprogramma bijgezet
op de twee locaties waar ze zeker nog voorkwamen...
Gedrag:
De hamster is een solitaire soort, die een gangenstelsel
graaft. Dit netwerk kan tot twee meter diep zitten, met gangen
van een diameter van 6 tot 8 centimeter, en kunnen soms
behoorlijk steil zijn, waardoor hij snel kan verdwijnen bij
gevaar. Hier legt hij kamers in voor voedselvoorraden, een
latrine, en nesten. De nesten zijn vaak bedekt met gras, hooi
en ander zacht materiaal. 's Avonds en 's nachts komt de
hamster uit zijn hol om te eten. Hij eet vooral zaden, grassen
en kruiden, maar ook wortelen, vruchten en granen en dierlijk
voer als insecten, slakken, wormen, en zelfs kikkers, muizen en
jonge vogels. Het voedsel bewaart hij in zijn wangzakken en
neemt het mee naar zijn voedselvoorraden. Daar leegt hij zijn
wangzakken met zijn voorpoten. De voedselvoorraad kan tot 65
kilogram aan voedsel beslaan, maar is meestal niet meer dan 15
kilogram. Bij gevaar (vooral vossen)
zet de gewone hamster zijn wangzakken op en maakt hij
dreigende geluiden.
Als de herfst komt, dicht hij alle uitgangen met aarde. In
het diepste nest houdt de hamster van oktober tot april een
winterslaap,
waarbij zijn lichaamstemperatuur
tot 5°C daalt. De winterslaap onderbreekt hij elke vijf tot
zeven dagen om te eten van deze voedselvoorraad. Na de
winterslaap breekt de paartijd
aan. Hierbij dringen de mannetjes binnen in de territoria
van de vrouwtjes, waar ze na de paartijd direct weer worden
uitgejaagd.
|